Samenleving

'Jee, wat een leven'

Amsterdam Underground biedt stadswandelingen aan waarbij een ex-dakloze als gids optreedt. We wandelen mee met het gezeldschap dat wordt rondgeleid door Emiel. Hij is nu een half jaar clean.

Op de hoek van de Zeedijk, op de stoep bij café Dwaze Zaken, spreekt een man met vriendelijke blauwe ogen en een kuifje een groepje mensen verlegen toe: “Nou, welkom dus, ik ben jullie gids. Ik ga jullie dus straks een paar plekken laten zien die voor mij als daklo… “

‘Harder!’ roept een deelneemster aan de stadswandeling Amsterdam Underground. Ze moet haar best doen boven het lawaai van het voorbij razende verkeer uit te komen.

Emiel kijkt om zich heen en besluit: ‘Laten we maar meteen gaan lopen, deze kant uit.’

Alziend oog

In een stiller zijstraatje begint hij opnieuw:

‘In deze buurt komen dus veel verslaafde daklozen. Ik ben zelf twee keer dakloos geweest.’

‘Twee keer?’

‘Ja, ik had nooit gedacht dat het me nog een keer zou overkomen. Twintig jaar geleden ben ik afgekickt van de heroine. Ik woonde in Alphen. Daar had ik een baan bij een timmerbedrijf, een eigen woonboot compleet met hypotheek. Maar drie jaar geleden kreeg ik een burnout. Ik kreeg Ritalin van mijn huisarts, maar daarvan ging ik juist nog meer stuiteren want ik heb helemaal geen adhd. Mijn baas dacht dat ik weer aan de drugs was, wat dus niet zo was. Maar hij geloofde me niet.’

De gids doet even een stapje opzij om een groepje toeristen door te laten en wijst dan omhoog: ‘Tegenwoordig word je constant in de gaten gehouden. Vroeger was dat niet zo, maar nu hangen er overal camera’s.’

Iedereen kijkt verbaasd om zich heen. Dan zien ze de camera die toch heel prominent aan een zwenkarm boven de straat zweeft; zo kan het ‘alziend oog’ iedereen in de gaten houden.

‘En je krijgt tegenwoordig ook overal een boete voor. Zit je ergens op een bankje te doezelen: bekeuring voor buitenslapen. Trek je een blikje bier open: openbare dronkenschap.’

‘Noemen ze dat niet het opschoonbeleid?’, oppert een deelnemer.

‘Ja, opjagen en verspreiden over de stad is het beleid. Mensen in het centrum hebben zo minder last van ons.’

Megafoon

‘Waarom ben je eigenlijk niet in Alpen gebleven?’ vraagt een deelnemer.

‘Toen ik mijn baan kwijt was kreeg ik geen uitkering, want ik had een eigen boot en die moest ik eerst maar ‘opeten’. Omdat ik daarna mijn hypotheek niet meer betaalde, belandde ik dus voor de tweede maal op straat. Maar ja, in Alphen doen ze niet aan daklozen’.

‘Hoezo: daar doen ze niet aan daklozen?’

‘Ze doen er gewoon niet aan, geen opvang en zo. Officieel beleid. Dus ben ik weer naar Amsterdam gekomen. Maar als je geen regiobinding hebt, doen ze niks voor je. Moest ik dus eerst twee jaar rondzwerven voordat ik officieel geholpen werd. Sindsdien heb ik geen psychoses meer. Ik ben nu  een half jaar clean en ik woon op een locatie van Mentrum.’

Een van de groepsleden kijkt nieuwsgierig naar de geveltjes: ‘Zullen we verder lopen?’

Met een huppeltje draait Emiel zich om en leidt het groepje naar de Warmoesstraat. Een kelderwinkel heeft het voorjaar buiten gezet: narcissen en tulpen in kleurige potten. ‘Wat een leuk bloemenwinkeltje’, merkt een vrouw op en werpt een blik in de etalage: cocaleaf for sale. ‘Oh nee’, corrigeert ze zichzelf, ‘ ‘t is een smartshop…’.

Verderop showt een jongen zijn gladde blote bast aan de zon, toeristen en andere voorbijgangers.

Emiel houdt stil bij een witte gevel: ‘Dit was vroeger bureau Warmoestraat. Het waren bepaald geen lieverdjes hier. Maar je moest als agent ook wel stevig in je schoenen staan. Bij een snackbar verderop hangt nog steeds een megafoon in de deuropening: soms maakten verslaafden zoveel herrie dat de eigenaar een oorverdovend lawaai af liet gaan. Dan maakte iedereen zich weer een tijdje uit de voeten. Toch was de politie soms je beste vriend, als je oververmoeid was bijvoorbeeld. Dan lokte je wat uit en werd je opgepakt of ergens heen gebracht. Zat je een paar dagen tenminste warm en droog.’

Antidepressivum

Aan het eind van een zijstraatje ligt de Oude Kerk omringd door ramen met rondborstige hoeren. Lopend over de klinkertjes, vertelt Emiel stralend: ‘Deze plek is voor mij het beste antidepressivum. Als ik het helemaal niet meer zag zitten, ging ik naar het Oude Kerkplein. Dan keek ik om me heen en kwam er automatisch weer een lach op mijn gezicht.’

Op de Oude Zijds Voorburgwal houdt het groepje halt bij De Gastenburgh: de ziekenboeg en noodopvang van het Leger des Heils. Emiel: ‘Een keer was het –10 graden buiten. Ondanks al mijn sokken en truien was ik onderkoeld geraakt. De politie vond me op het Leidseplein en heeft me toen naar De Gastenburgh gebracht. Wat denk je? Kreeg ik de volgende dag acute longontsteking.: iedereen rookte binnen en ik kwam van –10 in +25 graden. De hulpverleners dachten: we stoken het lekker op. Maar die overgang, dat trok ik niet.’

‘Jee, wat een leven. Waar sliep je dan normaal?’

‘Bij de Nieuwe Meer, in het Vondelpark of in een verlaten kajuitje. Overdag loopt een dakloze zich suf, van hot naar her. Om warm te blijven, om aan eten te komen, aan geld en aan drugs. En om geen boetes te krijgen. Kijk’, wijst hij omhoog: ‘weer een camera.’

Pillenbrug

In de drukke Oude Hoogstraat moet het groepje regelmatig een bellende fietser ontwijken. Een dame dwaalt ongemerkt af. Dan krijgt ze Emiel weer in het oog en ze haast zich naar de brug waar de gids aan de toehoorders vertelt: ‘Dit is de beroemde Pillenbrug. In de jaren zeventig en tachtig werden hier openlijk pillen aangeprezen en verhandeld. Een soort huisapotheek voor daklozen. Kwam je stijf uit de bosjes, kon je hier pijnstillers en verdovende middelen krijgen. Valium ook, als je je opgefokt voelde. Een ruige tijd, ja.’

‘Waar zijn die mensen nu gebleven?’

‘Verspreid over de stad. En iedereen heeft nu een mobiele telefoon, als je wat nodig hebt, bel je gewoon een dealer.’

Of je verslaving uberhaupt helemaal uit kunt bannen, vragen een paar mensen zich hardop af. Emiel meent van niet. Maar volgens hem je kunt de overlast en de schade wel beperken: ‘Als dakloze moet je elke dag zien te overleven, maar gelukkig zijn er ook inloophuizen. Voor je sociale contacten. Kom, laat ik jullie ook zien.’

Op de Kloveniersburgwal is De Kloof gevestigd, een inloophuis waar daklozen overdag kleren kunnen halen, zich kunnen douchen, scheren, eten, hun voeten kunnen laten verzorgen, hun haar laten knippen.

‘Maar het belangrijkste op de Kloof,’ benadrukt Emiel, ‘is de gezelligheid. Ze hebben ontdekt dat als je een maand met niemand praat, dat je dan niet meer geschikt bent voor de samenleving. Menselijk contact is zo belangrijk. Dat las ik een keer in National Geographics, toen ik in de gevangenis zat.

Over drempels stappen

Bij De Waag vertelt Emiel over een wel heel bijzonder menselijk contact: ‘Twee jaar geleden kwam ik op straat een kunstenares tegen die een praatje met me maakte omdat ze zag dat ik er slecht aan toe was. Daarna nooit meer gezien. Tot een paar maanden geleden, hier op de Nieuwmarkt. Ik had toen net onderdak gekregen, maar van het leven op straat was ik nog steeds daas. Ze zei, kom we gaan wat drinken bij De Waag. Daar durfde ik eerst niet naar binnen, nergens eigenlijk; ik was zo lang gewend geweest om weggekeken te worden. Ze heeft me toen een Museumjaarkaart gegeven, om te oefenen. Nu kom ik regelmatig in musea. Was eerst wel onwennig om daar rond te lopen en overal naar te mogen kijken, maar het heeft me letterlijk geleerd om weer over drempels te stappen.

Bewondering

Op weg naar het eindpunt van de wandeling wijst Emiel nog op een aantal belangrijke plekken met bijbehorende verhalen. Zoals de keer dat hij was aangereden door een taxi en een rugwervel gebroken had. Na de behandeling in het Lucas ziekenhuis werd hij met een pot morfine weer op straat gezet. Wist zich geen raad. Stel je voor dat hij gepakt zou worden met die verdovende middelen op zak, wie zou hem geloven? Dus gooide hij voor de zekerheid na een paar dagen de morfine weg en viel een paar keer flauw van de pijn.

‘Dat je het zo lang hebt volgehouden op straat!’ zegt een deelnemer. ‘Daar heb ik wel bewondering voor.’

‘Als dakloze ontwikkel je wel een paar belangrijke eigenschappen’ beaamt Emiel. ‘Je moet snel oplossingen kunnen bedenken. En je maakt je minder snel druk als je weer eens alles bent kwijtgeraakt. Ik kijk echt niet zo gauw meer ergens van op. Laatst was ik op het Beursplein, bij die mensen van Occupy. Stonden ze te klagen over wat er allemaal mis ging. Get real, denk ik dan.’

‘Wat ga je nu verder doen met je leven?’

‘Voorlopig weer wennen aan een geregeld bestaan. Eenvoudige dingen die vroeger voor mij heel normaal waren, zoals boodschappen doen en koken bijvoorbeeld. Daarnaast werk ik als gids voor Amsterdam Underground.’

In het donkere steegje bij Bierbrouwerij de Prael neemt het groepje afscheid van Emiel. Lachend zegt een deelnemer: ‘Je hebt in de afgelopen anderhalf uur wel een heel ander licht over de stad laten schijnen.’

Amsterdam Underground is een initiatief van de Regenbooggroep. Wilt u ook een stadwandeling maken met een ervaren gids? Kijk op www.amsterdamunderground.org, of bel 06 41439357. Te bereiken op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017