The Next Giant Step
23 Okt 2016

De VVD Begrijpt Het!

 

Als alleen wetgeving kinderobesitas, dierenleed en kinderarbeid kan voorkomen, wat houdt ons dan nog tegen?

In het programma Haagse Lobby van WNL (de publieke omroep voor hardwerkend Nederland) op 19 oktober 2016 gaat het over kinder-obesitas. Programma-maker Rick Nieman praat  onder meer met VVD-wethouder Eric van der Burg. Nieman vraagt zich af hoe het mogelijk is dat juist een VVD’er voorstander is van een verbod op kindermarketing?’

De uitleg van Van der Burg is heel simpel: ‘Het is goed dat de overheid in gesprek is met het bedrijfsleven. Maar overheid en ondernemers hebben verschillende belangen. Het is namelijk de opdracht van bedrijven om zoveel mogelijk producten te verkopen, terwijl de overheid [reclame van] dikmakende producten voor kinderen juist wil verminderen. Dat geeft een spanningsveld. Het gaat hier om kwetsbare kinderen.'

Daarom is deze VVD'er voorstander van wetgeving


Ik ben zelf voorstander van eenvoudige, overzichtelijke basiswetten. Neem het verkeer. Wij mensen doen nu eenmaal het liefst waar we zin in hebben. Soms wil ik bijvoorbeeld met de auto door rood rijden in plaats van – volgens de wet - geduldig op groen te wachten. Maar hee, dan krijg ik een flinke boete. Nee, niet altijd natuurlijk, want de overheid kan niet bij elk verkeerslicht een agent zetten. Maar het kan zijn dat ik toch betrapt word, en dan weet ik gewoon dat ik fout zat. Kans dat ik daarna nog heel vaak door het rode licht zal gaan rijden, is niet zo groot.

Veel mensen krijgen kriebels van het woord ‘wetgeving’


Dat komt omdat wetgeving alleen werkt als deze eenvoudig en helder is. Visieloos beleid maakt dat veel wetten eindeloos complex worden. Stel dat rijden met 160 km per uur niet mag behalve als ik rode lippenstift opdoe. Of dat het wel mag als ik een auto heb die op elektriciteit rijdt – want die is schoner - maar niet als het een dieselwagen is. Gelukkig is de verkeerswet daarin helder en transparant: het mag gewoon niet. Maar veel andere wetten veranderen in een moeras van aanpassingen, regeltjes, subregeltjes en weer uitzonderingen op die regeltjes enz.  

Veel wetten beginnen als breiwerk

en eindigen in broddelwerk


Dat gaat zo: als je je aan het breimodel (je visie) houdt, gaat het goed. Maar als je onderweg steken laat vallen, gaat het mis - weet ik uit ervaring. Je kunt dan twee dingen doen: uithalen tot waar het nog goed ging en de draad weer oppakken, of de steken laten liggen en verder breien. Maar dan krijg je gaten die je later provisorisch moet dichten. Het resultaat: onoverzichtelijk broddelwerk. Nogal logisch dat de meeste mensen jeuk krijgen als ze aan ‘regelgeving’ denken.

Mensen roepen daarom dat ze wetten niet zien zitten


Argumenten die mensen graag aandragen om uit te leggen dat je zo min mogelijk wetten moet maken, zijn bijvoorbeeld:

  • Het mag niet van Brussel of de WTO
  • Het is slecht voor het ondernemersklimaat
  • Zo verliezen we arbeidsplaatsen

Geen van deze argumenten snijden hout


Ten eerste mag nationale wetgeving van Brussel of de WTO wel degelijk, vooral als het gaat om algemeen belang. Maar een nationale overheid mag natuurlijk geen wetten maken waarmee het bepaalde bedrijven voortrekt. Dat zou niet eerlijk zijn.

En het ondernemersklimaat dan?


Het ondernemersklimaat zou lijden onder wet- en regelgeving. Sorry dat ik het zeg, maar het is een argument van lik-m’n-vessie. Het is eerder andersom! Ondernemers zijn juist gebaat bij een gelijk speelveld: gelijke monniken, gelijke kappen. Dan weten ze waar ze aan toe zijn.

In dat gelijke speelveld is marketing altijd een belangrijk instrument. Bedrijven willen graag zo veel mogelijk producten verkopen, iets wat ze natuurlijk van harte is gegund. Maar marketing, die schadelijk is voor het algemeen belang, zou uit den boze moeten zijn. Zo is tien jaar geleden tabaksreclame dan ook verboden. Het programma Haagse Lobby ging deze keer over kindermarketing. En wat te denken van de huidige duurzaamheidsmarketing? Bevordert dat echt voor een beter milieu en minder armoede? Helaas: veel geschreeuw en weinig wol ….

Wat vooral gunstig is voor het ondernemersklimaat is als bedrijven zich – zowel qua marketing als qua productinnovatie – beter gaan onderscheiden. Denk maar aan een autofabrikant. Als het geen zin meer heeft om nog snellere auto’s te bouwen omdat de wet het hardrijden verbiedt, dan bedenkt hij wel een gave vormgeving of bijzondere gadgets waarmee hij zijn product aantrekkelijk kan maken.

En dat wetgeving arbeidsplaatsen kost? 

Ook een broodje aap.


Een ondernemer is niet voor niets ondernemer. Die overwint hindernissen en benut kansen. Daar is hij of zij een ondernemer voor. Innoveren heet dat. En dat zorgt juist vaak voor nieuwe banen. 
Het hoort bovendien bij marktwerking. Waar ondernemingen omvallen, creeren ze weer ruimte en kansen voor nieuwe activiteiten en producten.

Waarom staan de meeste ondernemers dan niet te juichen? 


In het huidige globaliseringsklimaat ligt wetgeving niet goed. Want ja, grote bedrijven bestrijken diverse markten, en nationale wetgeving betekent natuurlijk wel een inperking; het vraagt om extra inspanning. Een politicus zal momenteel daarom niet graag zijn handen branden aan het W-woord, op straffe van virtuele lynching.
 
Ook partijen, van wie je toch een andere insteek zou verwachten (algemeen belang, wereldvrede?), gedragen zich alsof ze in de wachtkamer bij de tandarts zitten. Hoe lang dreigt Lilian Ploumen van de PvdA bijvoorbeeld de kledingindustrie nu al met wetgeving voor de kledingindustrie?
 
In april dit jaar sprak de minister in Brussel tijdens de EU High-level Conference on Responsible Management of the Supply Chain in the Garment Sector. Ze maande daar de kledingindustrie wederom om in actie te komen. Voor de zoveelste keer beweerde Ploumen niet bang te zijn om met wetgeving te komen.

Ik zou zeggen: toe maar Ploumen, doorpakken nu!


En bedenk dat je steun krijgt uit onverdachte hoek. Kinderarbeid in Nederland is ook ooit gereguleerd op verzoek van Leidse textielfabrikanten. Ondernemers dus. Soms willen ondernemers (wel) wetten

Ook anno 2016 zijn er liberalen die wetgeving niet schuwen. Zoals de VVD-wethouder van Amsterdam. In het programma over kindermarketing zegt Van der Burg: ‘Als zelfregulering niet werkt, moet je van rijkswege een stok achter de deur hebben: Wetgeving!'

 

 


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017