The Next Giant Step
5 Mar 2017

Geld is niet het probleem. Wat dan wel?

Een kind moet kunnen spelen en leren. Dat vinden we allemaal. Toch produceren miljoenen kinderen dagelijks onze kleren, telefoons of speelgoed. Zelfs de rozijnen in de krentenbollen worden geplukt door kinderhanden. Maar nu is er een nieuwe wet, de Wet zorgplicht kinderarbeid. Probleem opgelost?

Ploeterende kinderen op katoenplantages, in textielfabrieken en in tinmijnen: ons hart draait erbij om als we eraan denken. Kinderen moeten kunnen spelen en naar school. En dan mogen ze in de vakantie best een handje meehelpen. Maar dat een kind onder de 14 jaar de kost moet verdienen, accepteren we niet. Niet alleen druist het in tegen de natuurlijke behoefte van het kind, het is een verarming voor iedereen. Zonder scholing geen vooruitgang en geen welvaart.

Veelkoppig monster


Kinderarbeid is een veelkoppig monster. Het is het gevolg van een combinatie van factoren. Ten eerste gebrekkig toegang tot onderwijs: lokale overheden zorgen onvoldoende voor infrastructuur en leerkrachten. Trouwens, waarom zou je naar school als er toch geen banen zijn? Armoede zorgt ervoor dat ook de kinderen de handen uit de mouwen moeten steken. 

Wat nu? 


Op 7 februari 2017 heeft de Tweede Kamer daarom, op initiatief van PvdA-kamerlid Roelof van Laar, de Wet zorgplicht kinderarbeid aangenomen. Deze wet, die zich baseert op de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, wil kinderen in Verweggistan behoeden voor uitbuiting. Meer dan tienduizend Nederlanders tekenden de petitie om de wet aangenomen te krijgen. Kinderrechtenorganisaties als Save the Children en Unicef zijn zeer verheugd. Evenals het platform Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, een netwerk van maatschappelijke organisaties dat pleit voor duurzaamheid.

De wet in het kort 

Bedrijven die hun spullen hier op de markt brengen, moeten voortaan verklaren dat zij het nodige doen om kinderarbeid te voorkomen. Ze moeten daarvoor op zijn minst onderzoek hebben gedaan naar de processen in de keten, zo nodig een plan van aanpak hebben gemaakt en kunnen aantonen dat ze concrete stappen nemen om kinderarbeid uit te bannen.

Als na een klacht blijkt dat het bedrijf zijn verplichtingen onvoldoende is nagekomen, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Bestuurders van bedrijven die meerdere keren beboet zijn, kunnen strafrechtelijk worden vervolgd. Als de wet dit jaar door de Eerste Kamer wordt goedgekeurd, wordt hij van kracht in 2020.

Goed plan?


We vinden het nu al de normaalste zaak van de wereld dat onze kinderen beschermd zijn tegen ondeugdelijk speelgoed uit China. Als onze kinderen ziek worden van giftige verf is de importeur aansprakelijk. Met de nieuwe wet is de importeur nu ook verantwoordelijk voor kinderarbeid. De consument hoeft zich voortaan niet meer af te vragen of er kinderhandjes betrokken zijn geweest bij het productieproces. Wij in Nederland kunnen dan – zonder schuldgevoel – een spijkerbroek kopen of een krentenbol eten. Wie kan daar nu tegen zijn?

Tegenstanders


VNO-NCW vindt het geen goed plan. De werkgeversorganisatie is weliswaar tegen kinderarbeid, maar wil deze uitbannen door middel van convenanten. 'Hiervoor bestaat nu een breed draagvlak', schrijven zij in een brief aan de Tweede Kamer op 20 januari jl. 

MVO-Nederland, de koepelorganisatie die het MKB steunt in Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, is niet per se tegenstander van de wet, maar ziet ook meer heil in convenanten. Convenanten zijn vrijwillige afspraken waarin bedrijven streven naar ‘gepaste zorgvuldigheid’ (due diligence). Een convenant is echter juridisch niet bindend. En op misstanden staat geen boete of straf.

Een MKB-bedrijf als Tony’s Chocolonely is juist vanwege die vrijblijvendheid voorstander van de wet. ‘Het toont dat de Nederlandse overheid haar verantwoordelijkheid rondom het voorkomen van kinderarbeid serieus neemt’, aldus Eva Gouwens. ‘Met deze wet bepaalt de overheid strikter het speelveld voor álle bedrijven.’

In een brief aan de Tweede Kamer onderbouwde Tony’s vorig jaar de steun voor de wet als volgt: ‘Zelfregulering werkt onvoldoende en geeft onvoldoende urgentie en druk. Vrijwilligheid resulteert in vrijblijvendheid.’

Mooie woorden, maar is het niet gewoon een kwestie van geld? 


Moeten bedrijven niet gewoon meer betalen aan de boeren en arbeiders?
Of is dat juist slecht voor onze economie? Misschien worden producten hier dan wel onbetaalbaar.

En dat willen we nu ook weer niet


Volgens Bernedine Bos van MVO-Nederland is geld echter niet het probleem: 'De lonen in Verweggistan zijn zo laag, dat wij als consument echt niet meer gaan betalen als het loon daar iets omhoog gaat.’

Het probleem zit volgens Bos bij de andere waarden en normen van de toeleveranciers: ‘Denk aan de buitenlandse bedrijfjes die de katoen leveren voor de T-shirts, het edelmetaal voor de mobieltjes, het rubber voor de sneakers. Zij kijken vaak anders tegen kinderarbeid aan. Zij hebben bovendien niet alleen Nederlandse afnemers, maar ook Engelse, Chinese of Amerikaanse. De Nederlandse ondernemers kunnen dus niet zomaar allerlei eisen gaan stellen. “Zoek maar een andere leverancier”, is dan de boodschap.’ Volgens Bos is het naïef om te denken dat wij hier met een wet de wereld kunnen veranderen.

Ketenverantwoordelijkheid


Behalve andere normen en waarden is de ketenverantwoordelijkheid een flinke hobbel die genomen moet worden. En dat is lastig met zoveel schakels in de keten. Bedrijven in de electronicaindustrie beweren al jaren dat ze echt niet kunnen weten waar hun grondstoffen vandaan komen. De gedolven mineralen leggen vaak een ingewikkelde weg af langs tussenhandelaren voordat ze bij de smelterij komen. Daar gaan de verschillende batches in een grote smeltkroes. Weg ketentransparantie.

Handelaren in natuursteen zijn ook voorstander van de wet. Dat is logisch, want ze werken met korte ketens, iets wat de kans op onaangename verrassingen verkleint.

Maar hoe zit het met de bakker om de hoek? Bos van MVO-Nederland: ‘In onze krentenbollen zitten buitenlandse rozijnen van verschillende leveranciers die hun spullen weer van elders halen. Moet de overheid die Nederlandse bakker dan een boete opleggen als blijkt dat op een van de vele bedrijfjes uit de keten – waar hij geen zicht op heeft - toch kinderen blijken te werken? Die ketenverantwoordelijkheid kan die bakker helemaal niet aan.’ Bos breekt daarom een lans voor steun op sectorniveau.

Met extra inzet kan het dus wel?


Het argument dat ketentransparantie niet mogelijk was, was lange tijd ook het adagium in de chocoladeindustrie. De bonen uit een reep konden wel afkomstig zijn van 100 verschillende plantages. Kortom, men wist niet precies welke boer of coöperatie de bonen had geproduceerd en of daar kinderen werkten.

Tony’s Chocolonely heeft echter laten zien dat ketentransparantie wel degelijk kan. Het vereist natuurlijk wel een andere manier van werken, en dat zal voor iedere sector verschillend zijn. Zo worden de bonen van Tony’s ingekocht bij een beperkt aantal coöperaties. Op die manier weet men precies waar de bonen vandaan komen. Bij de verwerker Barry Callebaut worden ze vervolgens keurig gescheiden verwerkt. Een kwestie van overleggen en onderhandelen. 

Eenzelfde verhaal geldt voor multinational Nestlé. Bij de voedingsmiddelengigant werken ook mensen die gruwen van kinderarbeid. Ook zij willen er alles aan doen om het probleem de wereld uit te krijgen. Het bedrijf werkt daarom steeds vaker met lokale gemeenschappen. Al in 2012 heeft het concern de onafhankelijke Fair Labour Organisation gevraagd de cacaoketen in Ivoorkust te onderzoeken met als focus de werkomstandigheden in het algemeen en kinderarbeid in het bijzonder. Met de uitkomsten is het bedrijf aan de slag gegaan. In 2016 liet Nestlé weten dat 50% van verschillende producten bij de inkoop al te herleiden was tot de bron. Voor cacao was dat 34%.

Wat Tony’s en Nestlé feitelijk zeggen is: ‘Kom maar op met die wet!’

Maar hoe controleer je zoiets?


Wie gaat controleren of ondernemers zich aan de wet houden? De Voedsel- en Warenautoriteit (de Nederlandse toezichthouder) heeft die macht niet, tenminste niet in het buitenland.

Toch kan er meer dan tegenstanders beweren. Dat heeft te maken met het feit dat de wet een inspanningsverplichting vereist. Ondernemers moeten kunnen laten zien dat ze er alles aan hebben gedaan om kinderarbeid uit hun keten te weren. Dergelijke plannen kunnen heel goed door Nederlandse instanties beoordeeld worden. Bovendien, als kritische ngo’s of journalisten met bewijzen komen dat de plannen nep zijn, dan heeft de ondernemer toch echt wel een probleem.

Eind goed al goed?


We moeten natuurlijk wel realistisch blijven. Op Nederlandse bodem werd kinderarbeid op initiatief van de liberalen in 1874 verboden. Maar de wet werd pas echt nageleefd na de invoering van de leerplicht. Pas toen er voldoende scholen waren, verdween de kinderarbeid. Maar helemaal lekker voelde het toen al niet meer. Er was namelijk een norm gesteld en dat bleef knagen: kinderarbeid was not done.

Het grootste risico van deze wet is misschien wel dat justitie uiteindelijk verstek laat gaan. Corruptie mag bijvoorbeeld al heel lang niet meer. Ook niet in het buitenland. Maar Nederlandse accountants mogen nog steeds misstanden met de mantel der liefde bedekken. En de Nederlandse justitie schikt liever met bedrijven als Ballast Nedam die miljoenen aan smeergeld betalen, dan de bestuurders strafrechtelijk te vervolgen. Tja, en waar blijf je dan met je mooie wet?

Dus laten we hopen dat de Wet zorgplicht kinderarbeid serieus genomen wordt. En dat de overheid bedrijven bewust maakt van hun verplichtingen. Pas dan is er echt sprake van de Next Giant Step for mankind.

 


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017