The Next Giant Step
30 Sep 2015

Het verschil tussen cacao-quota en vluchtelingen-quota

Mmmmm, even genieten met een verse kop koffie en een stuk chocola. In mijn veredelde sleurhut kijk ik uit over het Friese platteland en waan mij stinkend rijk. Ik denk aan Ebenezer Okine Nartey uit het artikel 'Ongelijk verdeeld'. Ebenezer is lid van de fairtrade coöperatie ABOCFA in Ghana. Man van middelbare leeftijd, kinderen het huis al uit. In 2013 uitgeroepen tot de beste boer van de coöperatie. Ebenezer heeft relatief veel grond, hij zorgt goed voor zijn gewas, hij huurt arbeiders in tijdens de oogst (van kindslavernij zal niemand hem kunnen betichten). En toch leeft hij onder de armoedegrens.

Volgens Antonie Fountain, Managing Director van het VOICE Netwerk, een koepelorganisatie van NGO’s en vakbonden dat zich inzet voor een duurzame cacaoketen, was de wereldmarktprijs 35 jaar geleden vijf keer hoger dan nu.

Hoeveel … ? Vijf keer! 

Hoe kan dat nou? 

De hoge wereldmarktprijs destijds werd mede veroorzaakt door het cacaoquotum. Bij het woord quotum denken we op dit moment vooral aan vluchtingen uit Syrië of Afrika. Maar het is ook een agrarisch prijsstabiliteitssysteem. Zo kennen we in Europa het melkquotum en het suikerquotum. Het eerste is dit jaar gesneuveld, het tweede gaat in 2017 op de schop. Het cacaoquotum werd in 1980 afgeschaft. 

Wat is een agrarische quotumsysteem?

Het principe van een agrarisch quotumsysteem is als volgt: landen komen onderling een productiehoeveelheid overeen en spreken af om de wereldmarktprijs binnen een bepaalde bandbreedte te houden. De bandbreedte heeft een minimum- en een maximumprijs.

Zakt de prijs beneden het afgesproken minimum, dan wordt een deel van de productie opgeslagen. Deze dient als een buffervoorraad. Pas als de prijs weer stijgt, wordt deze voorraad op de markt gebracht. 

Door het op de markt brengen van de buffervoorraad ontstaat een overaanbod en daalt de prijs. Als vervolgens het laagste prijsniveau van de prijsbandbreedte is bereikt, wordt een deel van de productie weer uit de markt genomen en opgeslagen als buffervoorraad. Zo is de cirkel weer rond; de prijs blijft stabiel.

Dreigt de buffervoorraad te groot te worden, dan worden de nationale productiequota iets verkleind. Maar blijft de prijs juist lange tijd hoger dan de afgesproken maximumprijs, bijvoorbeeld omdat er wereldwijd meer van het product wordt geconsumeerd, dan verruimt de organisatie de quota per land. 

Het effect van dit systeem is een acceptabele prijs voor de boeren en een betaalbare prijs voor de consument. En het mooie is: er komt geen cent subsidie of ontwikkelingshulp aan te pas. Je kunt er als boer alleen geen miljonair mee worden. 

Oeps, da's wel balen.... 

Toch blijkt in de praktijk dat de meeste mensen overweldigende rijkdom niet belangrijk vinden. Wel iets om van te dromen misschien, maar als puntje bij paaltje komt, zijn we al heel tevreden met een goede gezondheid, zinvolle arbeid en het feit dat we deel uitmaken van een betrokken gemeenschap. 

Mensen zijn namelijk net koolmeesjes

Bij de koolmeesjes vormt een grote middenmoot de meerderheid. Deze meesjes (en mensjes) gedragen zich op het wereldtoneel onopvallend en bescheiden. Ze zijn fatsoenlijk, pikken hier en daar een graantje mee en zorgen goed voor hun kroost. Hun motto is in het Fries: 'Doch dyn plicht en lit de lju moar rabje' (doe je plicht en laat de mensen maar kletsen). Het zijn doorgaans geen hoogvliegers, maar ze zijn wel betrouwbaar en behulpzaam. 

Daarnaast is er sprake van een kleine toplaag. Deze bestaat uit lefgozers. Zij blazen hoog van de toren en maken de dienst uit. Ze zijn avontuurlijk en vindingrijk, maar zorgen vooral voor zichzelf. In de voortplanting zijn het geen 'trouwe huisvaders'.

Helemaal onderaan zitten de losers. Ze blijven maar net in leven. Van voortplanting is geen sprake. 

De middenmoot zorgt ervoor dat de wereld blijft draaien. Toch hoor je hen het minst. Heb jij de afgelopen dertig jaar Nederlandse boeren wegen zien versperren omdat ze per se van het melkquotum afwilden? Ik kan het me niet herinneren. Ik heb het pas nog eens nagevraagd bij de boeren hier in de Friese Wouden. Dat quotum had helemaal niet afgeschaft moeten worden, is de heersende opvatting. 

Waarom worden quotasystemen dan afgeschaft? 

Zo'n quotumsysteem moet natuurlijk wel goed in elkaar zitten. Het cacaoquotum van 1980 had, net als het Europese melkquotum, een aantal onvolkomenheden. Sommige cacaoproducerende landen gebruikten de voordelen van het systeem om hun overheidsbureaucratie te spekken in plaats van ze door te geven aan hun boeren. Ook bevoordeelde het systeem gevestigde productielanden boven nieuw opkomende producenten. Bovendien dumpten sommige productielanden cacao-overschotten goedkoop in importlanden die niet bij het systeem waren aangesloten, vanwaar ze via een achterdeur soms toch weer in aangesloten landen terecht kwamen.

Omdat de wereldmarktprijs hierdoor tot onredelijke hoogten steeg, was het in het belang van retailers en verwerkende bedrijven om af te rekenen met het quotumsysteem. Dat kon omdat de consumerende landen de dienst uitmaakten. Zij hadden bovendien een vetorecht, dat inderdaad is gebruikt door de Verenigde Staten om het quotumsysteem 35 jaar geleden af te schaffen. 

Maar ja, als het dak lekt, ga je toch ook niet meteen het hele huis afbreken? Toch hebben in 1980 de lefgozers, de voorstanders van een ongereguleerde vrije markt, het hele huis gesloopt. 

Opgeruimd staat netjes, niet meer over praten. 

Nu ben ik helemaal niet tegen de vrije markt. Integendeel. In de agrarische sector heb je echter te maken met een unieke situatie: je werkt met levend materiaal. Als de markt inzakt en de prijs is superlaag, heeft het uiteindelijk geen zin meer om je koeien te melken, of je cacaovruchten te oogsten. Er zit geen stopknop op een koe of een cacaoboom. Die blijven gewoon doorproduceren.

Helemaal stoppen met boeren is bovendien geen optie. Ten eerste moet je een onbekend aantal jaren overleven (totdat de markt weer gunstig is en de prijs aantrekt) en ten tweede moet je investeren in nieuwe koeien of nieuwe cacaobomen. En die produceren niet meteen volop vanaf dag een.

Repareren dus dat lekkende dak.

Een aantal wetenschappers, handelaren en NGO's is al jarenlang van mening dat een hernieuwd cacaoquotum de enige remedie is tegen chronische overproductie in de landbouw met alle negatieve effecten van dien voor zowel boeren, verwerkers en consumenten. Dit vond echter geen weerklank tijdens de hoogtijdagen van de ongereguleerde vrije markt. Maar het tij lijkt te keren. 

'Zelfs de cacaoverwerkende bedrijven gaan inzien dat er ook voor een cacaoboer een ondergrens is,' meldt Antonie Fountain die namens het VOICE netwerk intensief overleg voert met marktpartijen. 'Als een boer een veel te lage prijs krijgt, zal hij er op den duur toch echt mee stoppen.'

De wereldmarktprijs moet weer omhoog 

Maar hoe?

Niek Koning en Peter Robbins, voormalig grondstoffenhandelaar aan de beurs in Londen, zijn ervan overtuigd dat een hernieuwd cacaoquotum niet alleen de oplossing is voor de boeren en de verwerkende industrie, maar ook voor het milieu. In 2006 deden zij, in samenwerking met de overkoepelende West-Afrikaanse boerenorganisatie ROPPA, een voorzet. In het kort komt het hier op neer.  

1. Producerende landen staan aan het roer


Cacaoproducerende landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika stichten een internationaal secretariaat dat wordt gevormd uit regeringen en landelijke boerenorganisaties. Onder begeleiding van het secretariaat bepalen de producerende landen de prijsband voor de wereldmarkt en de nationale productiequota. Ze doen dit bijvoorbeeld op basis van de landelijke volumes van de afgelopen drie jaar.

Volgens een door de deelnemers geaccepteerde formule kunnen quotarechten geleidelijk worden verplaatst naar nieuwe cacaoproducerende landen. Op die manier wordt tegengegaan dat landen gratis meeliften.

Verder maken regeringen en boerenorganisaties afspraken over het minimumaandeel van de wereldmarktprijs dat zal worden doorgegeven aan de boeren. 

2. Onafhankelijke financiering cacaosecretariaat


De producerende landen gaan een belasting heffen op de export van cacao. Bestaande belastingen die de overheden nu innen en die ten koste gaan van de boeren, zullen aangepast moeten worden. Met de exportbelasting wordt het management van het secretariaat bekostigd. Daarnaast wordt het gebruikt voor het aanleggen van buffervoorraden, voor kappremies (om oude, marktverstorende plantages op te ruimen) en voor training aan boeren (zie ook punt 3).

3. Overgang naar duurzame landbouw  


Voordat het quotumsysteem goed kan functioneren is een overgangsperiode nodig van circa vijf jaar. In deze vijf jaar wordt de cacaoteelt gesaneerd en verduurzaamd. Voorheen verlieten boeren oude plantages op uitgeputte bodems en kapten ze maagdelijk bos voor nieuwe aanplant.  

Bij de invoering van het quotumsysteem bepaalt elke regering welke bossen beschermd moeten worden: de no-clearing zones. In gebieden die niet - of niet meer – geschikt zijn voor cacao krijgen de boeren een eenmalige kapsubsidie. In de overgebleven gebieden krijgen ze krediet en training in Good Farming Practises (bodemvruchtbaarheid, schaduwbeplanting, snoei en onderhoud, milieuverantwoorde gewasbescherming). 

Maar prijsafspraken maken mag toch niet?

Tegenstanders van het quotumsysteem zullen roepen dat prijsafspraken strijdig zijn met de vrije markt. Dat mag niet van de WTO.

Dit is echter een broodje aap. De Public Moral Exception Clause van de WTO kan zodanig geïnterpreteerd worden dat prijsstabiliteitssystemen voor de landbouw niet strijdig zijn met de vrije markt.

Nogmaals: omdat je in de landbouw nu eenmaal werkt met levend materiaal dat je niet tijdelijk 'aan' of 'uit' kunt zetten. Het quotumsysteem is een vorm van landbouwregulering. Zelfs Adam Smith zou daar niet wakker van liggen. 

Nog even een Fairtradevlekje wegwerken

De minimumprijs van het quotumsysteem is niet hetzelfde als de Fairtrade minimumprijs. Het zogenaamd 'eerlijke' minimum van Max Havelaar is een natte-vingerprijs die bij lange na niet de kosten dekt die boeren zouden moeten verdienen voor een gezonde cacaoteelt. En zelfs al zou de Fairtrade minimumprijs een serieuze cacaoboer als Ebenezer een inkomen garanderen ruim boven de armoedegrens van 1,25 USD per persoon per dag, dan nog is het een prijssysteem dat geen rekening houdt met marktontwikkelingen. Het is vooral goed voor certificeerders maar niet voor boeren en consumenten. 

Wat wil chocoladeproducent Mars? 

'Mars gelooft dat een duurzame caca-industrie haalbaar is door het verhogen van productiviteit en het verbeteren van de leefomgeving van boeren. Daar geeft zij uiting aan via diverse programma’s zoals Vision for Change en CocoaAction.' aldus de voorlichtster.

In de praktijk betekent dit dat Mars, net als tegenwoordig alle chocoladebedrijven, een deel van haar winst besteed aan ontwikkelingswerk. Dat wat de missie vroeger deed en de Stichting Nederlandse Vrijwilligers en al die andere NGO's: waterputten slaan, schooltjes bouwen, latrines aanleggen. Dat soort dingen. Op de korte termijn niet verkeerd voor de boeren. Want als je voor dergelijke voorzieningen moet rekenen op een incompetente en corrupte regering, dan kun je als dorpeling lang wachten.

Fijn van Mars, maar toch klopt er iets niet… 

Met schooltjes en latrines koop je een band met de gemeenschap. En daarmee vergroot je als chocoladebedrijf je macht als inkoper. Maar die macht zou juist bij de boeren moeten liggen, die grote middenmoot. Het zijn tenslotte HUN bonen.

Dus?

De middenmoot zal - vreedzaam en volhardend - zelf in beweging moeten komen. Overigens verschillen wij in zoverre van de koolmeesjes, dat er onder de lefgozers altijd een paar mensen zijn die wel het algemeen belang voor ogen hebben. In de praktijk worden zij echter omver geblazen door de lefgozers die vooral aan zichzelf denken. Zo verdween het plan voor een vernieuwd cacaoquotum uit 2006 in een diepe la nadat de betrokken Afrikanen waren vervangen door bestuurders met 'andere belangen'. 

Boeren moeten zelf het heft in handen nemen 

Als de boeren willen profiteren van een hogere wereldmarktprijs, dan is het van cruciaal belang dat ze zelf het heft in handen nemen. Alleen maar roepen dat de prijs omhoog moet, werkt niet. Niet in de Europese landbouw, maar ook niet in cacaoproducerende landen. Vakbonden en boerenorganisaties zouden er goed aan doen om hun leden te informeren en begeleiden bij het lobbyen voor een hernieuwd quotumsysteem. Heel simpel, omdat quotasystemen - wereldwijd - een gezonde basis bieden voor voldoende voedsel en een duurzaam boerenbestaan. 

 

Lees ook: 

Meer verdienen met minder produceren
Soms willen ondernemers (wel) wetten
Onweer in het kippenhok
Wat hebben de landing op de maan en duurzaamheid met elkaar gemeen?


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017