The Next Giant Step
1 Sep 2015

Meer verdienen met minder produceren

Overal ter wereld wordt boeren verteld dat ze steeds MEER moeten produceren om te kunnen (over)leven. Maar wat blijkt: als ze MINDER produceren, is dat beter voor hun inkomen. Toch heeft de EU onlangs het melkquotum afgeschaft. 

Hoezo minder produceren? Met een groeiende wereldbevolking moeten we toch juist meer monden voeden? En hoe kan een lagere productie nou leiden tot hogere inkomens? Je maakt als boer met meer kilo's of liters toch ook meer winst?

Dat lijk inderdaad een logische gedachte ...

Toch zit die vork – wereldwijd – anders in de steel.

Natuurlijk verdien je weinig aan je aardappelen als je ze stuk voor stuk met de hand rooit en toespreekt voordat je ze in de kist legt. Natuurlijk is er een verband tussen efficiëntie, mechanisatie, opbrengst en inkomen. Maar er is ook nog zoiets als overproductie. En dan zakt de prijs voor de boer tot een onleefbaar minimum. 

Ook al ben je nog zo modern en efficiënt bezig: als de prijs voor je melk, je aardappelen, je karbonade of je cacao lager is dan de productiekosten, waar doe je het dan nog voor? Veel hardwerkende Nederlandse boeren eindigen in de bijstand en hun Ghanese collega's verdwijnen in de sloppenwijken van Accra.

Natuurlijk, saneren is soms nodig en dat doet pijn. Veel boeren hebben in de loop der jaren reeds hun riek aan de wilgen gehangen; een telkens kleiner deel ploegt voort. Maar steeds leidt het gevoerde landbouwbeleid tot nieuwe problemen. En dan grijpen overheden voor de zoveelste keer in. Met subsidies, met inkomenssteun en crisisinstrumenten.

Huh? Daar wilden we juist toch vanaf?

We hadden toch besloten dat een volledig vrije markt de economische problemen op zou lossen en de wereldwelvaart zou vergroten?

Nou dan!

Om te beginnen: er is eten genoeg om elke Nederlander te voeden. Alterra, een onderzoeksbureau van de Universiteit Wageningen, heeft onderzocht dat zelfs bij watersnood, droogte, plantenziektes of 'politieke explosies' er van honger in Nederland in de verste verte geen sprake zal zijn. Waarom niet? Omdat wij (het kleine Nederland) nota bene de tweede Agrarische exporteur ter wereld zijn. 

We exporteren meer dan dat we zelf (kunnen) consumeren

Nederland is met meer dan circa 80 miljard euro per jaar, op de Verenigde Staten na, de grootste agrarische exporteur TER WERELD.

 

Neem nu de Nederlandse zuivelsector als voorbeeld. Een klein deel consumeren we zelf. De rest gaat de grens over, vooral in de vorm van kaas en melkpoeder. Van de 80 miljard euro aan exportwaarde is bijna 7 miljard afkomstig van de zuivelindustrie. Kortom: we zijn een netto exportland!

 
 

Maar de ondervoeding in Afrika en India dan?
 
De wereldbevolking is gegroeid, dat is waar. Toch hoeft dat geen probleem te zijn. 'Er is op dit moment genoeg voedsel in de wereld om iedereen te voeden', zegt Pablo Tittonell, Professor ‘Farming systems ecology’ aan Wageningen University een interview op Youngandfair. 'We moeten alleen effectiever met voedsel omgaan.'
 
Oké. Duidelijk. Er is voedsel genoeg. Meer produceren hoeft voorlopig dus niet. 
 
Een duurzame landbouw is juist gebaat bij MINDER
 

Toch denken veel boeren nog steeds dat meer produceren belangrijk is. Voor hun eigen inkomen wel te verstaan. Een legitieme gedachte nietwaar? Neem de Nederlandse melkveehouderij. Daarvoor moeten we even terug in de tijd. Met het Europese quotumsysteem dat in 1984 werd ingevoerd, mochten boeren slechts een beperkte hoeveelheid melk produceren. 

Leuk was anders…

Toch konden mensen met boerenverstand daar wel mee leven. Want voordat dit systeem werd ingevoerd, kregen de Europese boeren namelijk een vaste minimumrijs voor elke liter melk. Een soort Fairtrade zeg maar. Het gaf boeren de vrije hand om zoveel mogelijk te produceren.

Maar dat had een groot nadeel

Het duurde niet lang of er ontstonden enorme overschotten, de zogenaamde boterbergen en melkplassen. De EU sloeg deze overschotten op en dumpte ze op de wereldmarkt met alle gevolgen van dien voor ontwikkelingslanden en de Europese belastingbetaler.

 

Melkplas_Jopperbok

 

Men zag geen andere oplossing dan productiebeperking en daarom werd in 1984 het zuivelquotum ingevoerd. Elk EU-land mocht een bepaalde -  beperkte - hoeveelheid zuivel op de markt brengen. De boeren kregen weliswaar geen vaste minimumprijs meer, maar profiteerden wel van een stabiele prijs die goed was voor hun inkomen.

En dat was nog niet alles

Dankzij het melkquotum verdwenen de overschotten. Zo werden de kosten van het zuivelbeleid voor de belastingbetaler vrijwel nul en ook de dumping van boter en melkpoeder werd verleden tijd. De boeren die hun melk toch over de rand lieten klotsen, betaalden een boete: de superheffing.

Dat was sommigen tegen het zere been

Nederlandse boeren staan bekend om hun efficiëntie en hoge kwaliteit. Volgens de organisatie Zuivelnl consumeerden we in 2013 35% van onze eigen zuivel. Een groot deel exporteren we naar andere landen in de EU; een klein deel vindt zijn weg in niet-Europese schappen. Rusland bijvoorbeeld importeert graag onze kaas. Maar in India en Azië wonen heeeeeel veel mensen die steeds meer geld hebben om zuivelproducten te kopen. Vooral de grote verwerkingsorganisaties roken een kans.

Daar kwam bij dat de Franse melkveehouders hun melkquotum vrijwel nooit volmaakten maar wel profiteerden van een stabiele prijs. En daar kregen ze – volgens welingelichte kringen – van hun eigen Franse overheid nog een paar cent per liter extra bovenop. Genoeg reden voor sommige Nederlandse boeren om tussen hun herkauwende koeien te gaan staan tandenknarsen.

Het quotumsysteem moest en zou op de schop

De exportgerichte zuivelindustrie (in Nederland: FrieslandCampina) lobbyden jarenlang voor afschaffing van het quotumsysteem. Ze werden gesteund door de Britse Labour regering en een aantal andere overheden in noordwest Europa (waaronder Nederland). Samen vormden ze binnen de EU landbouwministerraad een pressiegroep, de zogenaamde ‘London club’. In 2003 besloot de EU om in 2015 de melkquota af te schaffen. In Nederland riepen sommigen deze dag uit tot 'Bevrijdingsdag'. 

Meer productie. Dus PING kassa?

Intussen mogen de Nederlandse boeren weer net zoveel melk produceren als ze willen als voor het quotum. Met het grote verschil dat ze nu geen vaste minimumprijs meer krijgen.

In aanloop naar het afschaffen van het melkquotum investeerde een aantal boeren vast in meer koeien, meer stallen en meer machines. Maar nu komen ze van een koude kermis thuis. Want door de gestegen productie - gecombineerd met een stagnerende Chinese economie en een boycot van Rusland – is de prijs dit jaar dramatisch gekelderd naar een schamele 28 cent per liter. Juist zij, die met geleend geld hebben geïnvesteerd in uitbreiding en modernisering van hun bedrijf, zullen als eerste voor de bijl gaan. Slechts enkele titanen zullen overeind blijven.

Daar ga je dan met je goeie gedrag

De prijs per liter melk is inmiddels een stuk lager dan wat het kost om het produceren. De kosten voor het uitrijden van de overtollige mest die de boeren op hun eigen land niet kwijt kunnen, rijzen bovendien de pan uit. En de boeren die niet mee hebben gedaan in de rat-race krijgen door de lage prijs evengoed de genadeslag. Veel boeren zullen onherroepelijk failliet gaan. Uiteindelijk zullen er maar een paar grote 'jongens' overblijven. The winners take it all. Maar een open ended free market met enkele overgebleven winnaars is in wezen geen vrije markt. Een echte vrije markt is gebaat bij veel spelers die met elkaar moeten concurreren en daardoor blijven innoveren.

Wat nu?! Paniekvoetbal!

De NMV (de Nederlandse Melkveehouders Vakbond), onder aanvoering van boerin Agnes bekend van Boer zoekt vrouw, pleit nu voor een tijdelijke subsidie om de klappen op te vangen. De Belgische voedselketen steunt melk- en varkensboeren eenmalig met 76 miljoen. De EU heeft overigens sinds maart dit jaar al 13 miljoen euro aan subsidie uitgekeerd aan zuivelbedrijven om overtollige producten op te slaan. De pakhuizen liggen weer vol met boter, kaas en melkpoeder. Op kosten van de belastingbetaler dus. 

Toch weer subsidies ... ?

Volgens Niek Koning van de WUR kunnen subsidies, zoals de NMV voorstelt, weliswaar tijdelijk een pleister op de wond betekenen. Ze zullen echter het onderliggende probleem niet oplossen.

Koning: 'Landbouwmarkten zijn vanuit zichzelf te instabiel en neigen teveel naar overproductie. Daarom is er een vorm van marktordening nodig.'

Quotasystemen dus?

Ja.

In Nederland profiteerden de boeren tot voor kort (voor de afschaffing van het melkquotum) van een stabiele melkprijs en de consument betaalde minder voor zuivel dan in andere landen (de Verenigde Staten, Nieuw Zeeland en Australië) waar geen quotum gold. 

Maar. Dus. Want...

Op 7 september vergadert de Europese Commissie over de landbouwcrisis. Eurocommissaris voor Landbouw Phil Hogan heeft al aangekondigd niets te voelen voor een – tijdelijke - herinvoering van melkquota: ‘De melkquota zijn verdwenen, en ze zijn voorgoed verdwenen’.

Een drastische stap. Het quotumsysteem was weliswaar niet flexibel genoeg en zou hervormd moeten worden, maar nu wordt het kind met het badwater weggegooid. 

Einde verhaal?

Niet iedereen is ervan overtuigd dat het melkquotumsysteem verkeerd was. De NMV en talloze melkveehouders die aangesloten zijn bij de Dutch Dairy Board zijn altijd tégen afschaffing maar vóór hervorming en flexibilisering van het quotumsysteem geweest. Voor de goede orde: deze boeren niet tegen de vrije markt, maar wel tegen de open ended free market die leidt tot hogere consumentenprijzen, een verschraald landschap en enkele zeer grote industriele melkveehouderijbedrijven.

Ik vraag Niek Koning hoe een flexibel quotumsysteem er uit zou moeten zien. Koning: 'Je zou de hervorming en organisatie ervan in handen moeten geven van een Europees samenwerkingsorgaan van melkveehouders en zuivelfabrieken, onder toezicht van de Europese ministerraad. Dat samenwerkingsorgaan zou moeten bepalen wat binnen Europese verhoudingen een minimale werkbare melkprijs is. Zakt de melkprijs daaronder, dan kan ze premies geven aan boeren die hun productie beperken en boetes opleggen aan boeren die hun productie verhogen. Zakt de melkprijs nog verder, dan kan ze een verplichte beperking opleggen.'

Maar minder melk betekent toch minder inkomsten? 

Nee. Want je bespaart immers op stallen en machines, op de productie en inkoop van voer, en op de verwerking van de hoeveelheid mest die inmiddels de spui(t)gaten uitloopt. En zo hoef je ook minder of geen duur geld meer te lenen bij de bank. Uiteindelijk verdien je dus meer door minder te produceren .

En de vrije markt dan?

Een quotumsysteem is in het geheel niet strijdig met de vrije markt. Integendeel. Het is als de randen van de zandbak: als je weet wat de randen zijn, kun je als ondernemer je goddelijke gang gaan. Efficientie, marketing, innovatie op het gebied van milieu en dierenwelzijn behoren dan tot de mogelijkheden waarmee de Nederlandse sector zich kan onderscheiden. Dan heb je pas een echte vrije markt.

Met als klap op de vuurpijl:

Blijven exporteren. Zoals we al jaren doen. Maar dan met producten die zich nog beter onderscheiden op de wereldmarkt. Met een voorsprong op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid heeft de Nederlandse boer goud in handen. In Azië betalen mensen voor een exclusief aanbod van Nederlandse zuivelproducten graag het volle pond. Nederlandse zuivel als de Ferrari onder de auto's. Hetzelfde principe geldt voor de cacao uit Ghana. Over dat laatste wil ik het graag een andere keer hebben.

Ik wil je tenslotte niet overvoeren ;-)

 


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017