The Next Giant Step
16 Jul 2015

Soms willen ondernemers (wel) wetten

Nederlandse ondernemers vroegen in 1863 de overheid om kinderarbeid te verbiedenHet was het begin van ons sociale stelsel. Intussen halen we onze t-shirts en mobieltjes uit lagelonenlanden waar ethisch ondernemen nog in de kinderschoenen staat.

Nieuwe inzichten krijg je soms op de meest onverwachte plekken. Zo zat ik laatst in het kleinste kamertje bij vrienden op het platteland in Groningen. Daar hing aan een touwtje de Historische Scheurkalender, met telkens een vraag en een antwoord. Eentje ging over kinderarbeid in Nederland. Wat schetst mijn verbazing toen ik las dat textielondernemers halverwege de negentiende zelf aandrongen op wetgeving om kinderarbeid te verbieden.

Ja, je leest het goed!

Degenen die aandrongen op wetgeving waren de ondernemers! Fabrikanten uit de textielindustrie in Leiden, om precies te zijn. En ik altijd maar denken dat afschaffing van kinderarbeid een van de successen van de socialistische beweging is geweest....

Het waren de ondernemers, stupid!

Deze 32 Leidse fabrikanten stuurden in 1863 een petitie (het zogenaamde ‘Leids Adres’) naar koning Willem III. Daarin schreven zij:

dat zij – bewogen met den toestand der in fabrieken arbeidende kinderen, en overtuigd van de dringende noodzaak eener allen verplichtende regeling betreffende het onderwijs, de uren van arbeid en rust dier kinderen – zich genoopt gevoelen Uwe Majesteit eerbiedig te verzoeken, zoodanige regeling te doen ontwerpen.’

Historicus Cor Smit beschrijft in zijn boekje 'Het Leids Adres, 150 jaar maatschappelijk verantwoord ondernemen' deze opmerkelijke ontwikkeling waarbij inderdaad ondernemers zelf aandrongen op wetgeving.

Wat bezielde deze fabrikanten?

Waren zij inderdaad ‘bewogen met de kinderen’ zoals ze schreven? Ja, dat waren ze inderdaad, hoewel ze daarvoor wel jarenlang het leed hadden genegeerd waar bestuurders en filantropen op wezen. Het ging daarbij om kinderen jonger dan twaalf jaar die in stoomfabrieken werkten en nooit naar school gingen; huisnijverheid en boerenwerk vond men geen probleem, zolang de kinderen daarnaast ook naar school gingen. Van de textielarbeiders in Leiden was echter tweederde al voor het  tiende jaar aan het werk gegaan in de fabriek zonder ooit een schoollokaal van binnen te hebben gezien.

De maatschappelijke druk nam toe

Ook uit de gegoede kringen kwamen steeds vaker kritische geluiden. In 1859 schreef Samuel le Poole, de zoon van een Leidse textielfabrikant, een aanklacht in het tijdschrift de Economist.

In 1861 probeerde de Leidse diaken Herman Zaalberg, samen met de Leidse Armenbesturen, kinderarbeid te reguleren. Deze poging verzandde maar er kwam wel een onderzoek. Dit bevatte de eerste Nederlandse opzet voor een sociaal stelsel. Het rapport, geschreven door de inspecteur van het stoomwezen, A.A.C de Vries Robbe, verdween echter in een diepe la. De liberale regering onder Thorbecke voelde namelijk niets voor overheidsingrijpen. Wel gaf Thorbecke toestemming voor steeds weer nieuwe onderzoeken. Deze verdwenen stuk voor stuk in dezelfde diepe la...

Nee, niet in slaap vallen!

De inspecteur van het stoomwezen liet het er niet bij zitten. De kracht van de'activisten' tegen kinderarbeid was niet meer te stuiten. In 1963 droeg een familielid van de inspecteur, de sociaal bewogen kunstenaar J.J. Cremer, in theater Diligentia voor uit zijn novelle 'Fabriekskinderen:

En niemand ziet er het klamme zweet daar parelen op het dof gezigtje; en niemand hoort er – neen! niemand hoort er, na zes uren strijds, dat laatste, dat allerlaatste zacht pijnlijke snikje, het snikje dat klinkt als een dankbaar zoetvloeijend….. verlost! En daar buiten, daar buldert de stormwind als met dondrenden weêrklank: Vermoord! Vermoord!’

Waarom waren fabrikanten zo wreed?

Natuurlijk konden fabrikanten altijd zelf beslissen geen jonge kinderen voor hen te laten zwoegen. Maar deze kinderen waren (net als in lagelonenlanden anno nu) goedkope arbeiders. Als je geen marktaandeel wilde verliezen, moest je wel meedoen aan deze uitbuiting. Ook al vond je het als ondernemer nog zo vreselijk.

J.J. Cremer verwoordde in zijn eerder genoemde novelle het onvermogen van welwillende fabrikanten als volgt:

'Wat we willen, we kunnen het niet; eene is er die 't ons belet, en haar naam is: CONCURRENTIE!'

Om eerlijk te kunnen concurreren was een algemene – voor iedereen geldende regeling – nodig. Dat begrepen ook de Leidse ondernemers die van nature een broertje dood hadden aan wetten en regelgeving. Overheidsinmenging staat het ondernemerschap maar in de weg, is een aloude opvatting.

Een historische doorbraak

De oproep tot wetgeving van de 32 Leidse fabrikanten betekende een historische doorbraak. Deze ondernemers beseften voor het eerst dat overheidsingrijpen nodig kan zijn om op een maatschappelijk verantwoorde manier (ethisch) te kunnen blijven ondernemen. 

Toen pas kwam het parlement in actie

Uiteindelijk kon de overheid niet achterblijven. Voor een nieuwe lichting parlementsleden was  overheidsingrijpen inmiddels geen taboe meer. In 1874 schreef de jonge liberaal Samuel van Houten geschiedenis met het naar hem vernoemde 'Kinderwetje.' 

Inmiddels vinden we het heel normaal dat er regels zijn waar iedereen zich aan moet houden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Een level playing field. Zo weet je ook als ondernemer binnen welke grenzen je mag opereren om de meeste winst uit je productieproces te halen.

De wet werd norm

Ook al werd kinderarbied door het Kinderwetje van Van Houten niet overal meteen verleden tijd, het werd wel de norm dat kinderen uit alle sociale klassen tot hun 12e naar school gingen. Al in 1890 ging inderdaad 98 procent van de Leidse kinderen naar school. Een bijzonder hoog percentage, aldus historicus Smit. Pas na invoering van de leerplicht in 1901 werd kinderarbeid helemaal uitgebannen door de onderwijsinspectie. Voor sommige kinderen werd nog een uitzondering gemaakt, zoals voor boerenkinderen tijdens de oogsttijd. Ook dochters mochten thuis blijven, om het gezin te verzorgen... 

Hoe is de situatie anno 2015?

Intussen leven we in een geglobaliseerde wereld. In Nederland willen we dat onze kinderen zo lang mogelijk doorleren terwijl in lage-lonen landen armoede, kinderarbeid en belabberde arbeidsomstandigheden nog steeds schering en inslag zijn.

 

Kinderarbeid_grondstoffen

Daar komt het nog vaak voor dat kinderen jonger dan 12 jaar nooit naar school gaan en net als hun ouders ongezond en gevaarlijk werk doen. Denk aan de ramp in Bangladesh van textielgebouw Rana Plaza, het werken met giftige middelen in fabrieken waar westerse importeurs zaken mee doen, de mijnen waar kinderen naast hun ouders grondstoffen delven voor onze mobieltjes....

Tijd voor een nieuwe wet?

Volgens Niels Jan van Kesteren, huidig algemeen directeur VNO-NCW, is een nieuwe wet niet aan de orde. Tijdens de 150-jarige herdenking in 2013 van Het Leids Adres (de petitie van de Leidse fabrikanten in 1863) zei van Kesteren met zoveel worden dat wetgeving in Nederland te ver is doorgeschoten.

Volgens van Kesteren komen ondernemers in Nederland om in de regeltjes - die vaak ook nog eens contraproductief zijn - terwijl mensen in lage lonen landen lijden onder een schrijnend gebrek aan arbeidsbescherming. En juist in die landen kunnen wij nu eenmaal geen wetten maken. Ook al voel je je als ondernemer nog zo betrokken.

End of story? 

Toch is dit niet einde verhaal. De samenleving eist steeds vaker dat producten op een duurzame manier (met respect voor mens, dier en milieu) worden geproduceerd. Enorme marketingbudgetten worden besteed om de consument duidelijk te maken hoe duurzaam het betreffende bedrijf wel niet is. Waarbij echter nooit precies duidelijk is wat men onder 'duurzaamheid' verstaat. En zolang duurzaamheid niet verplicht of controleerbaar is, is vrijwillig maatschappelijk verantwoord ondernemen – net als in de negentiende eeuw – economisch niet haalbaar.

Wat dan wel? 

In verschillende hierna volgende blogs laat ik experts en ondernemers aan het woord om uit te leggen wat er volgens hen moet gebeuren voor The Next Giant Step for Mankind.  

Lees ook: 

Wat hebben de landing op de maan en duurzaamheid met elkaar gemeen?
Onweer in het kippenhok

 

 

 


Janneke Donkerlo  Onderzoekende journalistiek  M 06 26898775  E   KVK 34368041

©2017